|
Anneke
|
Geplaatst op 11-10-2006, 16:44 |
Reageer
|
Berichten: 42
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Breien gebeurt in de meeste gevallen met twee breinaalden, die aan het eind een knop bezitten zodat de lussen er niet kunnen afglijden. Soms worden één of meerdere hulpnaalden gebruikt, bijvoorbeeld voor het breien van kabels. Het breien van ronde delen, zoals een sok of een naadloze mouw gebeurt met behulp van vier breinaalden zonder knop). Dit wordt rondbreien genoemd. Ook het lijf van een trui kan op deze manier worden gebreid, hiervoor wordt dan liever één flexibele naald gebruikt, de rondbreinaald. Zo is een patroon makkelijker te maken, is er minder verschil tussen de steken dan wanneer er recht en averecht gebreid wordt, zijn er geen naden in de zijkant en kunnen zelfs de mouwen direct ingevoegd worden terwijl het lijf wordt afgemaakt. Verder kunnen op deze manier tafelkleden e.d. worden gebreid, zij het met hele dunne wol en de dunste pennen. De keuze tussen rondbreinaald of 4(5) pennen is afhankelijk van de diameter (en dus het aantal steken) van het object dat wordt gemaakt.
Er bestaan breinaalden in verschillende diktes. De dikte van een breinaald wordt aangegeven als de diameter in milimeters. De dunnere breinaalden worden gemaakt in stappen van 0,5 mm, zo is 3,5 een heel gebruikelijke breinaald. Voor dunne wol worden de dunste breinaalden gebruikt, voor dikkere wol de dikkere naalden. Als een breister erg strak breit (dus de draad erg strak om de breinaalden trekt), kan zij beter een wat dikkere breinaald gebruiken. Gebruikelijke maten voor breinaalden lopen van 2 tot misschien wel 13 mm voor de allerdikste wol. Het gebruik van dikke of juist dunne wol is een modeverschijnsel. Beide soorten wol kunnen tot een warme trui leiden.
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
|
|